Weerstaan aan de steekvlam: geduld is een mooie deugd

Belangenneming: met een achterpoortje of eerder een doordachte nuance?

Dinsdag 6 oktober jl. werd mijn aandacht getrokken door een artikel in De Standaard (p.10) met volgende titel: “Vooruit sluit achterpoortje in strafwetboek dat het zelf mee opende”.

Bij lezing van het krantenartikel bleek dat het zou gaan om een ‘achterpoortje’ bij de strafbaarstelling van het misdrijf ‘belangenneming’. Dat misdrijf werd in het oude Strafwetboek van 1867 strafbaar gesteld onder artikel 245, thans is het strafbaar onder artikel 637.

Het krantenartikel schrijft dat een schepen of een burgemeester die zijn functie gebruikt door privébelangen voorop te stellen, volgens het nieuw strafwetboek niet kan worden vervolgd voor belangenvermenging als die 1) openbaar gebeurt, en 2) het algemeen belang dient. Het artikel gaat daarna verder dat de partij ‘Vooruit’ opmerkt dat hiermee de poort naar belangenvermenging (sic) wagenwijd openstaat en diende een wetvoorstel in om terug te keren naar de tekst van het ‘oude Strafwetboek’ (Parl.St. Kamer 2025-26, nr. 56-1735/001).

Maar staat die poort wel wagenwijd open? Moeten wij rechtspractici langs beide zijden van het spectrum niet minstens het geduld hebben om de praktijk even aan te zien?

Laten wij even beide artikels, oud en nieuw, vergelijken

Artikel 245 Sw. 1867 Artikel 637 Sw. 2024
Iedere persoon die een openbaar ambt uitoefent, die, hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenpersonen of door schijnhandelingen, enig belang, welk het ook zij, neemt of aanvaardt in de verrichtingen, aanbestedingen, aannemingen of werken in regie waarover hij ten tijde van de handeling geheel of ten dele het beheer of het toezicht had, of die, belast met de ordonnancering van de betaling of de vereffening van een zaak, daarin enig belang neemt, wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot vijf jaar, en met geldboete van 100 euro tot 50.000 euro2 of met één van die straffen en hij kan bovendien, overeenkomstig artikel 33, worden veroordeeld tot ontzetting van het recht om openbare ambten, bedieningen of betrekkingen te vervullen.

De voorafgaande bepaling is niet toepasselijk op hem die in de gegeven omstandigheden zijn private belangen door zijn betrekking niet kon bevorderen en openlijk heeft gehandeld.

 

§1. Belangenneming is het opzettelijk door een persoon met een openbare functie hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenpersonen of door schijnhandelingen enig belang nemen of aanvaarden in de verrichtingen, aanbestedingen, aannemingen of werken in regie waarover hij ten tijde van de handeling geheel of deels het beheer of het toezicht had of het, belast met het bevel of de machtiging tot betaling of de vereffening van de zaak, daarin enig belang nemen.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

§2.

Deze bepaling is niet van toepassing op de dader die, hoewel hij in het kader van zijn functie zijn private belangen heeft bevorderd, openlijk handelde en volgens de publieke belangen die hij diende te beschermen en waarbij hij aan deze publieke belangen op geen enkele manier afbreuk deed.

 

 

Hoewel het artikel 637 Sw. 2024 eenvoudiger (beter leesbaar) is geformuleerd, zijn beide artikels op heel wat punten gelijklopend, nl.

  • Een wettelijk vereiste hoedanigheid van de dader: een persoon met een openbare functie (Onder voorbehoud van de toepassing van de regels van de strafbare deelneming);
  • Het nemen van enig belang in verrichtingen, aanbestedingen, aannemingen of werken in regie waarover die persoon geheel of gedeeltelijk het beheer of toezicht had of in een zaak waarin hij is belast met vereffening of machtiging tot betaling;
  • Algemeen opzet, i.e. het in staat zijn bewust en uit vrije wil te handelen (basisvereiste) en het voornemen om met kennis van zaken het door de wet strafbaar gesteld gedrag aan te nemen;
  • Er is geen belangenneming als de dader openlijk heeft gehandeld en zijn private belangen niet kon behartigen (strafuitsluitende (Sw. 1867), thans strafontheffende verschoningsgrond).

Het nieuwe artikel 637, § 2 Sw. 2024 heeft die strafontheffende verschoningsgrond echter verruimd. Niet alleen blijft de dader vrij van straf als hij openlijk heeft gehandeld en zijn private belangen niet kon behartigen, hetzelfde geldt ook als hij:

  • Openlijk handelde, en
  • Zijn private belangen wel heeft bevorderd,
  • Maar waarbij hij geen enkele afbreuk deed aan de publieke belangen.

Simpel vertaald, diegene die een openbare functie uitoefent handelt openlijk en bevordert (mede) zijn private belangen zonder het publieke belang aan te tasten.

De wetgever was van oordeel dat in de praktijk een publiek belang nu eenmaal kan samenvallen met een privaat belang zonder dat het publiek belang hierbij de facto een nadeel hoeft te ondervinden (Parl.St. Kamer 2022-23, nr. 55-3518/001, 590). De wetgever gaf hiermee dus doelbewust veel ruimte aan de feitelijke omstandigheden om uiteindelijk te bepalen of er al dan niet sprake is van een belangenneming in de gevallen waarin een privaat belang wordt bevorderd zonder afbreuk te doen aan enig publiek belang. Hoewel dit aanleiding kan geven tot enige bezorgdheid, verdient de rechterlijke macht toch wat krediet om hiermee wijs om te gaan; niet het minst omdat er zich in de praktijk onvermijdelijk situaties kunnen voordoen waarin een beslissing ook een privaat belang dient. Is het dan zo verkeerd als dit openlijk gebeurt en zonder enig schade aan het openbaar belang? Nogmaals, men zal hier wel zeer wijs mee moeten omgaan.

Ik treed minister Verlinden bij waar zij in het krantenartikel pleit voor enig geduld om de toepassing in de praktijk te evalueren. Het feit dat de verdediging thans toepassing maakt van dit novum in het verweer voor hun cliënt(en), impliceert niet meteen dat er sprake zou zijn van enig als negatief te bestempelen ‘achterpoortje’. Het evalueren van een nieuwe wet vraagt vooral geduld om later op een voldoende uitgekristalliseerde praktijk eventueel bij te sturen.

 

© Patrick Waeterinckx

Deel dit bericht

Terug naar overzicht